Oranje herpakt zich tegen Zweden: Brobbey leidt Nederland naar eerste WK-zege
Vanaf de aftrap was zichtbaar dat Oranje anders voor de dag wilde komen. De ploeg speelde met meer tempo, meer lef en meer verticale intentie dan in de openingswedstrijd. Zweden, dat tegen Tunesië nog indruk had gemaakt, werd in het eerste kwartier stevig achteruitgeduwd. Nederland won duels, zette druk op de bal en vond vooral via de flanken snel ruimte. De keuze van Koeman om Brobbey te laten starten, betaalde zich al na vijf minuten uit. De spits maakte zich sterk in de combinatie, legde slim af op Tijjani Reijnders en stond enkele tellen later zelf op de juiste plaats om de aanval af te ronden. Cody Gakpo bracht de bal vanaf links opnieuw in de zone van de spits, waarna Brobbey van dichtbij de 1-0 binnenwerkte. Een droomstart voor Oranje, dat daarmee meteen de twijfel van zich af speelde. Zweden probeerde snel te reageren. Viktor Gyökeres dook gevaarlijk op in de rug van de Nederlandse defensie, maar vanuit een scherpe hoek vond hij Bart Verbruggen op zijn weg. Het was een belangrijk moment, want een snelle gelijkmaker had de wedstrijd volledig kunnen kantelen. In plaats daarvan hield Nederland de controle vast en bleef het met veel overtuiging vooruit voetballen. Na zeventien minuten kreeg Oranje loon naar werken. Opnieuw lag de ruimte aan de rechterkant open, opnieuw was Dumfries betrokken, en opnieuw stond Brobbey waar een spits moet staan. Zijn tweede doelpunt van de avond was er een van timing, kracht en instinct. Hij dook op in de kleine rechthoek en werkte koelbloedig af: 2-0. Voor Nederland was het meer dan een comfortabele tussenstand; het was het bewijs dat de ploeg eindelijk ritme, scherpte en overtuiging had gevonden. Zweden had de drankpauze nodig om orde op zaken te stellen. Tot dat moment kwam de ploeg nauwelijks onder de Nederlandse druk uit. Daarna verschoof het spelbeeld iets. De Scandinaviërs vonden vaker Alexander Isak en Gyökeres, terwijl Yasin Ayari met zijn loopvermogen en traptechniek voor gevaar probeerde te zorgen. Toch bleef veel Zweeds gevaar half afgewerkt. Een schot van Karlström werd geblokt door een ploegmaat, Gyökeres vond Verbruggen met een te zwakke poging, en Ayari zag een harde knal net over vliegen. Nederland bleef intussen gevaarlijk wanneer het ruimte kreeg. Gakpo zorgde met zijn bekende acties vanaf links voor dreiging, Reijnders kon oprukken door het centrum en Donyell Malen was dicht bij de 3-0 toen zijn schot net voorlangs ging. Het was het soort fase waarin Oranje de wedstrijd definitief had kunnen beslissen, maar waarin het ook moest opletten dat Zweden niet terug in de wedstrijd werd geholpen. Vlak voor rust ontsnapte Nederland aan een tegendoelpunt. Na een vrije trap vanaf de linkerkant kwam Lagerbielke aan koppen en leek hij Verbruggen te kloppen, maar de vlag ging meteen omhoog voor buitenspel. De VAR bevestigde die beslissing, waardoor Oranje met de nul de kleedkamer in mocht. Verbruggen kwam in dat moment niet sterk uit, maar werd gered door de lijn en de technologie. De eerste helft vertelde vooral een verhaal van herstel. Nederland speelde niet foutloos, maar wel met de intensiteit en overtuiging die op een WK noodzakelijk zijn. Brobbey gaf de ploeg een duidelijk aanspeelpunt én rendement, Dumfries bracht diepgang en voorzetten, Gakpo bleef dreigend, en het middenveld vond veel vaker de juiste versnelling. Zweden is nog niet uitgeteld, daarvoor heeft het met Isak, Gyökeres en Ayari te veel individuele kwaliteit. Maar na 45 minuten staat Oranje waar het wilde staan: op voorsprong, in controle en eindelijk met het gevoel dat dit WK echt begonnen is. De tweede helft moet bevestigen wat de eerste helft beloofde: dat Nederland niet alleen naar zijn eerste zege zoekt, maar haar ook met overtuiging kan grijpen.